Sanne Kabalt

Vraag het aan je stemmen.

Sanne Kabalt

#4 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

Ze komen. Mensen die in de knoop zitten, mensen die veel meegemaakt hebben, maar bovenal, gewoon, mensen. Ze willen graag komen, maar het kost ze ook moeite. Het is ‘n ding. Dat hier zijn in het Vijfde Seizoen, op bezoek bij de kunstenaar. Dat ze in gesprek gaan en op de foto.

Iemand schiet in een minutenlang onverstaanbaar grommend gemompel. Iemand blijft zichzelf herhalen in een cyclus van opstaan, weglopen, water drinken, proberen te plassen, weer zitten, weer opstaan.

Waar ben je nu echt bang voor? Je zegt: voor de dood?
Ja.
Waarom moet je daar vandaag de dag mee bezig zijn?
Ik ben er in de nacht ook al mee bezig.
In de nacht.
Ik kan niet rusten. Ik krijg geen rust.
Want je hebt het idee dat je dood gaat.
Nou…
Nou ja, dat kun je wel zeggen dat dat ooit gebeurd. Dat zal voor mij ook gelden en voor iedereen in deze ruimte, alleen het is de vraag wanneer.
Ja.
Maar daar ben je dus nu vandaag veel mee bezig.
Ja.
En ben je dan voornamelijk bezig met wanneer of hoe?
Ja, hoe.
Hoe. Dat wil je graag weten?
Nou… Liever niet.

Ze komen steeds met z’n tweeën. Soms twee patiënten, soms een patiënt en een begeleider. Ik vraag ze bij elkaar te gaan zitten en met elkaar in gesprek te gaan.

Maar weet je wat ik ook wou vragen. Snap jij het leven?
Jawel.
Eh, je snapt het wel. Even denken hoor..
De Here Jezus, toch?
Ehm, ja die…dat was de grote redder.

Wat wou ik nou vragen? Ehm..
Vraag het aan je stemmen.

Begrijp jij het leven?
Ik begrijp het leven niet altijd, nee.
We mogen elkaar nog steeds niet he!?

Ondertussen cirkel ik om hen heen met statief en middenformaatcamera. Elke keer als de spiegel dichtklapt schrik ik hoe hard dat geluid is. Bij de eerste foto schrikken ze ook, maar al gauw lijk ik de enige te zijn die daar mee bezig is.

Ik begrijp haar als ze niet goed in haar vel zit. Want als ik rimpels trok werd ik altijd geslagen thuis.
Oh, dat is vervelend.
Als ik geen rimpels trok werd ik niet geslagen, maar als ik intelligent keek dan werd ik vroeger thuis altijd op m’n smoel geslagen, want ik mocht niet intelligent kijken. En dan kijkt zij intelligent en dan vallen d’r hersens uit. Zitten mijn ouders ook achter jou aan ofzo?
Ik ken jouw ouders niet.
Dat ze zeggen van zij mag d’r hersens niet gebruiken ofzo. Dan denk ik jouw hersens vallen uit, want ze is zo bang om op d’r hoofd geslagen te worden.’

Er ontstaan gesprekken die er anders nooit waren geweest.