Sanne Kabalt

Denk aan mij

Sanne Kabalt

#6 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

In het café krijg ik een vergeet-me-nietje van een patiënte, in ruil voor een Bitter Lemon. Ik ben zo mogelijk nog enthousiaster over het bloemetje dan zij over het drankje. Ze verdwijnt naar buiten. Even later komt ze terug en ploft een enorme struik vergeet-me-nietjes op de keurige cafétafel, inclusief wortels en aarde en vooral heel veel mieren. Haar kinderen willen haar niet meer zien. Maar ze zal ze nog wel eens zal zien voor ze doodgaat, denkt ze. Desnoods vecht ze er voor. Ze trilt een beetje als ze dit vertelt. De ober komt, in lichte paniek over de hoeveelheid mieren die over onze tafel lopen. De struik moet weg, meer paniek, want ‘Het is een cadeau!’. Even later loop ik terug naar Het Vijfde Seizoen met een grote vergeet-me-niet-struik gestoken in een plastic hamburgerbakje. ‘Denk aan mij!’ zei ze, en dat doe ik.  

Als ik jullie vertel over wat mensen mij hier vertellen klinkt het ongeloofwaardig, misschien. Waar komen die ontboezemingen vandaan? Het ging niet vanzelf; het is heel tijdrovend geweest om overal m’n gezicht te laten zien, om vertrouwen winnen. Maar nu vertellen zij me dingen. Eén vrouw vertrouwd me toe dat ze geen fantasie heeft. Alles moet voor haar echt zijn. Een man legt ernstig uit dat alles vliegt. Een andere man verteld mompelend dat hij eigenlijk niet zo sterk is, nooit serieus genomen wordt, ook niet door de mensen in de supermarkt. 

Er is frustratie, er is dankbaarheid. Iemand vind het te lang duren voor hij de foto’s te zien krijgt die ik van hem heb gemaakt en begint steeds harder te praten, roepend dat hij genadig is, dreigend dat ik echt niet wil weten hoe hij is al hij kwaad is. Hij bezweert me dat hij me ten gronde kan richten. Iemand anders blijft me maar bedanken, ze vindt dat ik zo lief ben, dat ik altijd de juiste antwoorden geef en dat ik haar redt van de hel. 

Een verantwoordelijkheid is het wel.