Sanne Kabalt

Je kan alles verwachten hier

Sanne Kabalt

#5 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

 

Daar ben ik dan – de kunstenaar. De ‘gezonde’, de‘normale’, de buitenstaander. Ik woon en werk hier tussen mensen die in de war zijn, mensen met wie het niet goed gaat. Ik praat, luister, fotografeer en gebruik hen. Wat ze doen, wat ze zeggen, hoe ze naar elkaar kijken en luisteren, dat is mijn onderzoeksmateriaal. Ik cirkel er om heen. Ik leg het vast.

Wat nu als het, onverwachts en onontkoombaar, met mij niet goed gaat? Degene die hier gezond en normaal zou moeten zijn. Wat nou als diegene breekt?

Ik nam plaats op een bankje naast een patiënte. De eerste keer dat ik haar zag schrok ik een beetje van haar, toen ze zei: ‘Mijn stemmen zeiden dat jij een kreng zou zijn’. Inmiddels kennen we elkaar. Geen van ons is een kreng. We zaten rustig naast elkaar op een bankje. Zij vertelde over haar stemmen, over hoe ze met dieren praat, over hoe ze helemaal geen problemen heeft. Ik deed iets wat ik al weken niet deed. Ik vertelde haar over mijn problemen. De omgekeerde wereld! En zij was onverwacht lief.

De volgende dag stapte ze Het Vijfde Seizoen binnen. Zonder te groeten of adem te halen vroeg ze: ‘Heb ik je nou geholpen? Ik wil zó graag andere mensen helpen, dat wil ik leren, want ik ben heel veel met mezelf bezig zeggen ze, maar heb ik jou nou geholpen? Daar ben ik benieuwd naar.’ Ik kon haar oprecht en volmondig verzekeren: ‘Ja.’

Ook ik ben iemand die in kan storten. Ook zij is iemand die er voor een ander kan zijn.

been.jpg

Je kan alles verwachten hier. Je kan alles van iedereen verwachten. Je ziet zeker dingen die je nooit eerder hebt gezien voor je hier kwam. Je hebt dit nooit eerder gezien? 

Nee, dus dat is ook wel anders, om dat opeens om je heen te hebben. 

Het is wel moeilijk om in de psychiatrie te wonen, het is niet makkelijk allemaal. 

Mmm-mm. 

Het leven is moeilijk hè, in de psychiatrie, toch? 

Mmmm…

Waarom is het moeilijk? 

Nou, een beetje eng en naar, dat soort dingen. 

Ook omdat andere mensen…?

Andere mensen zijn ook niet in orde, een beetje eng is dat. Het is wel eng als iemand niet in orde is.

Vraag het aan je stemmen.

Sanne Kabalt

#4 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

Ze komen. Mensen die in de knoop zitten, mensen die veel meegemaakt hebben, maar bovenal, gewoon, mensen. Ze willen graag komen, maar het kost ze ook moeite. Het is ‘n ding. Dat hier zijn in het Vijfde Seizoen, op bezoek bij de kunstenaar. Dat ze in gesprek gaan en op de foto.

Iemand schiet in een minutenlang onverstaanbaar grommend gemompel. Iemand blijft zichzelf herhalen in een cyclus van opstaan, weglopen, water drinken, proberen te plassen, weer zitten, weer opstaan.

Waar ben je nu echt bang voor? Je zegt: voor de dood?
Ja.
Waarom moet je daar vandaag de dag mee bezig zijn?
Ik ben er in de nacht ook al mee bezig.
In de nacht.
Ik kan niet rusten. Ik krijg geen rust.
Want je hebt het idee dat je dood gaat.
Nou…
Nou ja, dat kun je wel zeggen dat dat ooit gebeurd. Dat zal voor mij ook gelden en voor iedereen in deze ruimte, alleen het is de vraag wanneer.
Ja.
Maar daar ben je dus nu vandaag veel mee bezig.
Ja.
En ben je dan voornamelijk bezig met wanneer of hoe?
Ja, hoe.
Hoe. Dat wil je graag weten?
Nou… Liever niet.

Ze komen steeds met z’n tweeën. Soms twee patiënten, soms een patiënt en een begeleider. Ik vraag ze bij elkaar te gaan zitten en met elkaar in gesprek te gaan.

Maar weet je wat ik ook wou vragen. Snap jij het leven?
Jawel.
Eh, je snapt het wel. Even denken hoor..
De Here Jezus, toch?
Ehm, ja die…dat was de grote redder.

Wat wou ik nou vragen? Ehm..
Vraag het aan je stemmen.

Begrijp jij het leven?
Ik begrijp het leven niet altijd, nee.
We mogen elkaar nog steeds niet he!?

Ondertussen cirkel ik om hen heen met statief en middenformaatcamera. Elke keer als de spiegel dichtklapt schrik ik hoe hard dat geluid is. Bij de eerste foto schrikken ze ook, maar al gauw lijk ik de enige te zijn die daar mee bezig is.

Ik begrijp haar als ze niet goed in haar vel zit. Want als ik rimpels trok werd ik altijd geslagen thuis.
Oh, dat is vervelend.
Als ik geen rimpels trok werd ik niet geslagen, maar als ik intelligent keek dan werd ik vroeger thuis altijd op m’n smoel geslagen, want ik mocht niet intelligent kijken. En dan kijkt zij intelligent en dan vallen d’r hersens uit. Zitten mijn ouders ook achter jou aan ofzo?
Ik ken jouw ouders niet.
Dat ze zeggen van zij mag d’r hersens niet gebruiken ofzo. Dan denk ik jouw hersens vallen uit, want ze is zo bang om op d’r hoofd geslagen te worden.’

Er ontstaan gesprekken die er anders nooit waren geweest.

 

Iemand anders

Sanne Kabalt

#3 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

Je inbeelden hoe het is om iemand anders te zijn dan jezelf. Je inbeelden hoe het is om iemand te zijn die psychoses heeft, iemand die stemmen hoort, iemand die zichzelf niet aan- en uit kan kleden, iemand die pijn heeft in z’n lichaam die veroorzaakt wordt door z’n geest.

Als je hier over het terrein loopt kan je het niet helpen je bij iedereen die je tegenkomt af te vragen: Is hij ziek? Is zij ziek? Ik probeer dat mechanisme uit te zetten. Het lukt me niet. Ik stel open vragen als: ‘Waar kom je vandaan?’ of ‘Wat heb je vandaag gedaan?’ niet alleen omdat ik benieuwd ben naar iemands dag, ook omdat ik wil (of moet?) weten of ze patiënt zijn of niet.

Ik eet mee op een gesloten afdeling. Na de pasta met gorgonzolasaus, gemaakt door één van de patiënten, is er een rondje waarbij iedereen vertelt hoe z’n dag is geweest. De een had een simpele dag, de ander een zware dag met hoofdpijn. Het zijn allemaal kerels en een van de grootste, een bonk mannelijkheid, vertelt als het zijn beurt is dat hij het helemaal niet fijn vind dat er nu zo veel mensen zijn. Ik en mijn stagiaire, we zijn te veel.

 Voorbereiden van een taartenmiddag bij het Vijfde Seizoen

Voorbereiden van een taartenmiddag bij het Vijfde Seizoen

 Uitzicht uit een van de ramen van de residentie

Uitzicht uit een van de ramen van de residentie

Een patiënt vertelt me dat ze geen groepstherapie meer doet. Alle emoties, alles wat er langskomt aan verhalen, verdriet en boosheid, dat zuigt ze op, dat neemt ze over.  Het is te veel. 

Een ervaringsdeskundige vertelt haar verhaal. Een zwaar verhaal. Bijna te zwaar om te dragen. Ik kijk naar de andere luisteraars. Velen houden hun hand voor hun mond. Velen hebben hun armen om zichzelf heen gevouwen. Ze lijken zichzelf te beschermen. Ik ook, besef ik. Eén arm bedekt mijn buik, één arm bedekt mijn nek.  

Er is een man die veel rondfietst. Ik wilde bijna zeggen: zonder doel. Maar dat weet ik eigenlijk niet. Het doel is niet één plaats om heen te gaan, maar misschien is er een heel ander doel. Elke keer als ik hem tegenkom – dat zijn heel wat keren – hervat hij ons eerdere gesprek alsof er geen pauze is geweest. Hij vind het hier niet fijn. ‘Ik heb niemand eigenlijk, dat vind ik zo kut, ik ben helemaal alleen op de wereld, ja.’ Hij zegt het zachtjes. Ik zoek zachtjes naar een antwoord dat helpt. 

 

In 'De Chillbox'

Sanne Kabalt

#2 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

Nee, je kunt niet voelen wat een ander voelt.

Wel. Als dat lieve meisje valt dan voel jij dat toch ook.

Je bent je eigen lichaam, daar begint het al mee, je bent je eigen geest. En bij je geboorte, daar begint het al mee, bij de geboorte van mijn kindje zei de verpleger al: wat een mooi kindje! Nou daar begint het al mee! Dat is een stempel!

Daar heb je Tini met de accordeon. Dromenland!

Je moet jezelf begrijpen, daar begint het mee. En weet je, je kunt niet van iemand anders houden als je niet van jezelf houdt.

Je kunt van jezelf houden en niet van iemand houden en je kunt van iemand houden en niet van jezelf houden. Dat maakt niet uit, dat kan allemaal.

Ik ben deze klerezooi hier helemaal zat. Ik heb slaapproblemen, daarom. Dat is niet fijn hoor, slaapproblemen. De wals!

Ik wil niet dansen.

Mensen discrimineren allemaal. Mensen hebben allemaal ideeën over hoe iemand is. Mensen maken hokjes.

Ik ga weg. Dag.

Slaap je daar? Je slaapt daar ook? Ik was eens in het Vijfde Seizoen, toen was er ook een jongedame net als jij. Die had een man, een klein kindje en nog één op komst. Heb jij ook een kindje in je buik, ben je zwanger? Nee? Nou ja dat zijn ze soms, als ze daar zitten. Daarom vraag ik het, omdat ze dat soms zijn als ze daar slapen hè.

Als je je gedraagt zoals mensen willen dan behandelen ze je ook anders.

Als iemand heel subtiel is dan vind ik het moeilijk om te raden wat hij denkt, als iemand heel subtiel is. Ik ben niet subtiel hoor, ik ben recht voor z’n raap. Daarom kwets ik ook mensen.

Als je je niet gedraagt zoals mensen willen dan ben je crimineel.

Tulpen uit Amsterdam!

Het maakt wel uit wat anderen denken van je, maar hier kies je er niet voor. Wij zijn bij elkaar geplaatst. We hebben elkaar niet uitgekozen. Zoals je een vriend uitkiest waarmee je gaat samenwonen. Dat hebben wij niet gedaan.

Wat ik zeg moet je niet voor waarheid nemen hoor. Het is wat ik vind. Wat ik denk. Ja. Ik vind het fijn om met je te praten hierover.

Ik ben niet zo geweldig als jij, ik ben niet zo geweldig, ik voel me niet zo geweldig, ik ben niet zo geweldig als jij.

En nu gaan we Holland’s got talent kijken.

Nee, Tini, speel maar door.

Nee, nee, Holland’s got talent.

Wat is dat geluid, wat is dat?

Wat moet je, wat moet je?

Wat is dat geluid?

Wat? Wat moet je?

De bank piept, hij kraakt. Het is de bank.

Moet er nog afgewassen worden?

Moet er nog afgedroogd worden?

Nou ga je nog mee met ons? Ga je naar huis? Moet je nu alleen naar huis? Ga je met de fiets, de trein, de auto? Niet lopen hoor. Een vrouw alleen, nee, nee. Je lacht wel. Dat is gevaarlijk hier. In het donker zijn allemaal gevaarlijke mannen.

Doe voorzichtig. Snel lopen is het beste. Dag lieverd. Doe maar heel rustig aan.

 Mijn plattegrond van de Willem Arntsz Hoeve, gevuld met aantekeningen en markeringen. 

Mijn plattegrond van de Willem Arntsz Hoeve, gevuld met aantekeningen en markeringen. 

Ik zet m’n masker af

Sanne Kabalt

#1 van een serie blogs vanuit Het Vijfde Seizoen, het kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve/Altrecht in Den Dolder, waar ik woon en werk in april, mei en juni 2016. 

 

‘Als ik over m’n woorden struikel dan kunnen jullie me niet begrijpen. Ik zet m’n masker af. Ik zet m’n masker af. Ik zet m’n masker af.’

We begrijpen hem wel. Meer dan hij denkt misschien. Hij maakt spreekwoorden. Thema’s, noemt hij ze. Hij stelt zich voor als ‘een autist, een wijze man en een strijder zonder geweld’ en hij bevraagt ons: ‘Wat zijn je capaciteiten? Wat vind je van Jezus? Wat vind je van Mohammed?’ Hij herhaalt zichzelf, struikelt, zet zijn masker af en maakt z’n punt.

Vanuit Het Vijfde Seizoen verken ik de Willem Arntsz Hoeve, het terrein van een psychiatrische instelling. Ik werk hier, woon hier, maak hier, slaap hier.

 Mijn werkplek

Mijn werkplek

 Mijn inspiratiemuur

Mijn inspiratiemuur

Soms loopt er een tweetal langs waarbij de één de ander meetrekt. De één met de blik vooruit en een stevige pas. De ander met de blik naar de grond en een slome sjok. Als ik ze tegenkom zoek ik oogcontact. Ze ontwijken het allebei. De één lijkt er geen zin in te hebben, de ander lijkt er helemaal niet meer te zijn.

Er zit een vrouw in het café die een tijdschrift leest. Gisteren ook. Telkens als ze een bladzijde omslaat maakt ze een beweging waarmee ze de pagina’s (per ongeluk?) even laat zien aan de rest van de ruimte, aan ons. Ze lijkt me lief.  

Mijn stagiaire merkt terloops op dat hij langs iemand liep die blafte als een hond. Ik beeld me iets in; het hoe, wie, waar. Ik zie een man voor me die ik al eerder tegenkwam, die wel iets van een hond had. Misschien was hij het niet, misschien was het iemand die niets van een hond heeft.

We spreken mensen die hier werken. Marco van de fietsen, Wim van het hout, Ben van de planten. ‘Ik lijk soms bot. Dat is om ze te activeren.’ Zonder dat we er naar vragen vertellen ze ons allemaal over hoe ze zich tot de patiënten verhouden, een houding die ze hebben gevonden. ‘Je moet voorzichtig zijn, ze hebben allemaal een advocaat. Veel mensen zijn alleen maar bezig om hier weg te komen.’

Over jaarringen, slangen en de op-één-na eenzaamste man

Sanne Kabalt

Een recensie van het boek 'Mannen zonder vrouw' van Haruki Murakami. Uitgegeven in een Nederlandse vertaling door Atlas Contact. Recensie van Sanne Kabalt, 3 Maart 2016, Amsterdam.


‘Toch vraag ik me af of zo’n ervaring in zeker opzicht niet noodzakelijk is – zo’n eenzame, trieste tijd als je jong bent. Als groeifase, zeg maar.’

‘Denk je dat?’

‘Net zoals bomen strenge winters nodig hebben om groot en dik te kunnen worden. In een klimaat waar het altijd warm en aangenaam is ontstaan immers geen jaarringen.’

 Lisa Oppenheim, uit de 'Lunagraph' serie 

Lisa Oppenheim, uit de 'Lunagraph' serie 

 ‘Mannen zonder vrouw’ is een verzameling van zeven verhalen die op een subtiele en vaak surreële manier vertellen over (het verlies van) liefde en leven.

 Masahisha Fukase

Masahisha Fukase

Een professioneel acteur weet al jaren dat zijn vrouw vreemdgaat maar confronteert haar er niet mee. Hij speelt de rol van zijn leven als de gelukkige echtgenoot die niets door heeft.

Een jongen vraagt aan een vriend of hij met zijn vriendin wilt uitgaan, terwijl de vriendin droomt over een maan die in zee zinkt. 

Een cosmetisch chirurg stelt zichzelf sinds het zien van een documentaire over een concentratiekamp telkens de vraag: Wat ben ik in godsnaam voor iemand?

Een vrouw was in haar vorig leven een lamprei die rustig op de bodem van de zee wachtte tot er een dikke forel langs zwom om zich aan vast te zuigen.

In en om een bar verschijnen een zwerfkat, een beschermer, een vrouw met grijze sterrenbeelden op haar lichaam en drie slangen. Er wordt geklopt, niet op de muren van een kamer, maar op de wanden van een hart.

Gregor Samsa wordt wakker als een mens en maakt kennis met lopen op twee benen, een kamerjas, zijn voortplantingsorganen en een meisje met een bochel.

Een man wordt diep in de nacht gebeld en wordt opeens mannen zonder vrouw en de op-één-na eenzaamste man ter wereld.

 Marc van der Leenen

Marc van der Leenen

‘Mannen zonder vrouw’ is een boek dat typisch Murakami is en tegelijkertijd beduidend toegankelijker dan het merendeel van zijn andere werk. Hij lijdt je aan zijn hand binnen in zijn wereld. De verhalen raken elkaar; soms lijken personages zo overgelopen te zijn van het ene verhaal naar het volgende. De ik-persoon zou in alle verhalen dezelfde kunnen zijn, ware het niet dat naam en plaats variëren. Hoewel de verhalen op zichzelf kunnen staan werken ze naar mijn mening juist zo goed omdat ze elkaar opvolgen. Je krijgt de smaak te pakken, hoe verder je in dit boek doordringt. Je voelt je zelf als lezer ook mannen zonder vrouw, los van wat je werkelijke geslacht en relatiestatus ook moge zijn. Je voelt de twijfels, de pijn, de bewondering voor anderen, de bescheidenheid en het verdriet dat deze karakters kenmerkt.     

Het is heel eenvoudig om mannen zonder vrouw te worden. Je hoeft alleen maar zielsveel van een vrouw te houden en haar daarna te verliezen.’ (…) ‘In die wereld weerklinken geluiden anders. Je hebt er anders dorst. Je baard groeit anders. Het personeel bij Starbucks behandelt je anders. De trompetsolo’s van Clifford Brown klinken anders. De deuren van de metro gaan anders dicht. De loopafstand van Omotesandō naar Aoyama Itchōme is héél anders.

 Gerhard Richter, uit de serie 'Painted Photographs'

Gerhard Richter, uit de serie 'Painted Photographs'

Dit is een somber boek, een boek over liefdesverdriet, over dood, over angst. En toch is het geen boek waar je somber van zult worden. Je zult betoverd worden, en op een contemplatieve, liefdevolle manier je eigen leven opnieuw bekijken.

 Wat ben ik in godsnaam voor iemand? Dat denk ik de laatste tijd vaak.

 

N.B. Bij deze recensie heb ik kunstwerken geplaatst die in mijn beleving bij het boek aansluiten. Dit is mijn persoonlijke keuze, de werken komen niet in het boek voor. De rechten van deze kunstwerken behoren toe aan de kunstenaars. 

 

The Unhappy End

Sanne Kabalt

Recently, I have attended a lecture series on Japanese cinema at Eye. From all the concepts, facts and history that were poured over me during these lectures, there is one piece of information that stood out to me: In the Japanese film tradition, many movies do not have a happy end. The heroes are not doing well. They fail. Many Japanese movies contain problems that remain unsolved. Main characters die. The simple idea behind this is that a movie ought not to be far from real life. An interesting fact is that in Japan the movies with an ‘unhappy end’ were no less successful then the movies with a ‘happy end’.  

 Still image from 'Maborosi', a Japanese film by Hirokazu Kore-eda

Still image from 'Maborosi', a Japanese film by Hirokazu Kore-eda


This set me thinking about Greek tragedies. In plays such as Sophocles’ ‘Oedipus’ an honorable, respectable person messes up his life in a catastrophic way. Greek tragedy was designed to show that terrible things can and often do happen to good people. 

 Greek Tragedy Mask

Greek Tragedy Mask

 

I am not going to claim that we do not have ‘unhappy ends’ in our movies, plays and literature here today. Of course, there are many examples. I have just finished a recent book by Hawaiian author Hanya Yanagihara called ‘A Little Life’. Tragedy befalls on the main characters. They struggle so much, they make so many mistakes, that I often had to stop reading - I couldn’t bear it. And yet, I would like to make a case here for ‘the unhappy end’. Because it is quite rare. Because it is not far from real life. 

 'A Little Life' Book cover

'A Little Life' Book cover



"What makes you think that ever changes?"

Sanne Kabalt

The Finnish movie director Aki Kaurismaki is known to have said about a new movie of his: “This was the first movie I didn’t entirely hate myself”, after making many movies that were considered “brilliant” by others.

In the book Art & Fear by David Bayles & Ted Orland, one of the authors recounts exclaiming to his piano teacher: ‘‘I can hear the music so much better in my head than I can get out of my fingers.’’ To which the Master replied, “What makes you think that ever changes?”

And then there’s these words by Ira Glass, writer and tv-host: “All of us who do creative work, we get into it because we have good taste. But there is this gap. For the first couple years you make stuff, it’s just not that good. It’s trying to be good, it has potential, but it’s not. But your taste, the thing that got you into the game, is still killer. And your taste is why your work disappoints you. (…) We know our work doesn’t have this special thing that we want it to have. We all go through this.”

 Sanne Kabalt,  Untitled (Self Portrait),  2015

Sanne Kabalt, Untitled (Self Portrait), 2015

All of this sets me thinking. I am familiar with a nagging feeling of dissatisfaction towards my own work. There are moments even when I hate and feel ashamed about my work, like Mr. Kaurismaki. I believe the cause for feelings as such is knowing I can do better. I say ‘knowing’ (as opposed to thinking/hoping/believing) because this does feel like a certainty. I am not saying that I know how or when, but I do know that I can make better work than I have made so far.

The piano teacher quote suggests that the version (of a song or a work of art) in your head might always be better and more beautiful than the version that is out there in the world (out of your fingers). Ira Glass appears to be more hopeful than the piano teacher. Glass considers that frustrating feeling to be due to a gap between your excellent taste and your not-yet-that-excellent work, and according to him this is a phase that we have to go through. One day the gap will close and you will make work that is all you want it to be.

I am not sure who to believe. I am convinced that I can make better work, and I might one day be very satisfied, like Mr. Kaurismaki when he made the film that he didn’t entirely hate. But even then, I might still feel that I could do better still, that the ideas in my head are still more beautiful than the actual work that comes out of my hands and fingers. It sounds sad at first: Is it the fate of an artist to be forever dissatisfied? Yet there is also a beauty to it: It will keep the artist forever aiming for the even more beautiful, and perhaps, forever aiming for the impossible.  

Biennale di Venezia

Sanne Kabalt

Last weekend I visited what is known as the biggest, most important, most international art event of the world: the Biennale in Venice. This year was the 56th edition, there were 89 participating countries, the chief curator was Okwui Enwezor and the overarching theme and title was: All the World's Futures. I have to speak in the past tense, because I visited the very last days of this years Biennale. 

Just to give you an idea of the atmosphere and context of the Biennale; some photographs of the pavilions in the Giardini and the Arsenale and the islands of Venice seen from the vaparetto:

Some works that stood out for me: 

Steve McQueen, video artist and director of movies such as Hunger and Shame, showed a beautiful new video installation called 'Ashes' in the Arsenale. On one side of the screen you see the creation of a grave. Attention is given to ever detail - the engraving of crosses, the inscription. On the other side of the screen you can see footage of a charismatic young man, sitting on a boat and smiling. The overall effect is heartbreaking. 

The Japanese pavilion was transformed into a visual spectacle of color and light with Chiharu Shiota's installation "The Key in the Hand", made out of countless real keys, red thread and old rowing boats.  



Raha Raissnia, an artist born in Iran yet living in New York, showed a 16 mm film in the Arsenale called 'Longing'. Due to the filming style, the continuously moving camera and the fact that parts of the film are solarised, it is often it hard to know what exactly you are seeing. I couldn't take my eyes of it. 

Driftwood sculptures of animals in the Australian pavilion by Fiona Hall. It takes some staring to see beyond 'funny shaped branches' and see all the animals in there. Yet once you see them, they are unmistakable and perfect. Beautifully done. 

Elena Damiani showed several works in the Giardini's central pavilion, including the series 'The Victory Atlas', in which she plays with maps and their subjectivity. 

 

In the Romanian pavilion Adrian Ghenie was one of the few painters in the Biennale. His work is mesmerising.  I particularly loved this drawing. It is as if the person is wiping out his own face. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ah, but in the end I have seen way too much to choose. The biennale forces you to choose what to watch (because it is simply too much to take in all of it) yet it also felt like I was walking trough this huge gift box filled to the brim with ideas, shapes, forms and thoughts from all these artists from all over the world, and I felt very lucky that all this art was there and that I was there. 

A final whirlwind of things I've seen:

 John Akomfrah

John Akomfrah

 Adrian Piper

Adrian Piper

 Lorna Simpson

Lorna Simpson

 Turkey

Turkey

 Detail of Joan Jonas' Installation, USA pavilion

Detail of Joan Jonas' Installation, USA pavilion

 Singapore

Singapore

 Hungary

Hungary

 Canada

Canada

 Norway

Norway

 Canada

Canada

 Indonesia

Indonesia

  Barthelemy Toguo

Barthelemy Toguo

 Georg Baselitz

Georg Baselitz

 Xu Bing

Xu Bing

 Albania

Albania

 Slovenia

Slovenia


Understanding

Sanne Kabalt

A friend remarked to me:

"I understand you better than I understand your work."

Understanding is a complex concept that involves becoming aware of the intended meaning, knowing something or someone, accepting it, being sympathetic towards it, comprehending it.

Understanding a person, to me, seems a challenging, delicate feat. You might think you know what some one is feeling, for example, yet you are always influenced by your own feelings and experiences. What way is there to check that your empathy for another, your understanding, is correct? As for understanding a work of art, it is a different matter. Most art is designed to be understood in a myriad of ways. And art is rarely made to be understood only. A work of art wants to bring you to doubt, to bring thoughts to your mind that were not there before, to dig up feelings you forgot were ever there.

 Sanne Kabalt,  Dissimilitude , Documentation Photograph, 2011

Sanne Kabalt, Dissimilitude, Documentation Photograph, 2011

One day in my graduation exhibition a visitor cried while looking at Dissimilitude, my graduation work. She burst into tears and when she noticed that I was the artist she said:

"I understand completely what you mean."

It was the first thing that this girl, this visitor, this stranger, had ever said to me. For me it was a very powerful experience. 

If a stranger would ever claim to completely understand me as a person, I would be astounded, doubtful, probably even irritated. Yet I do believe that a stranger can completely understand my work, genuinely feel it and cry over it. I am sure though, that the work has a different meaning, a different weight, a different emotion to the stranger than to myself. But in the case of art, that’s okay, that’s beautiful even. In the case of understanding a person, empathizing with a person, I would hate for the other person to attach a different meaning, weight or emotion to me as a person. 

So, back to the friend who claims to understand me better than my work. When he said this I was surprised and caught off guard. But now, having thought things through, I would like to tell him that I believe it is much harder to understand a person than it is to understand a work of art. And as he is my friend, I would like for him to try to understand both.  

1

Sanne Kabalt

Today the first visitors came to see my Wolf? work. Tomorrow night I will host an official opening night with drinks and food. This is how to get there from the station: 

het project (in het pompgemaal)

Sanne Kabalt

In augustus en september woon en werk ik in het Pompgemaal, binnenlandatelier van het Mondriaan Fonds. Hoe ik hier beland ben lees je in mijn eerdere blog (wat doe ik) hier. Ik zal vandaag meer ingaan op wat ik aan het maken ben. 

Mijn project gaat over de dreiging en aantrekkingskracht van de wolf in Nederland; de dreiging en aantrekkingskracht van het (Nederlandse) bos. Het project beweegt zich op de grens van het reële en het fictieve. Het project is te verdelen in drie delen:

Het bos

Een wolf ‘hoort’ in een bos. Ja, de wolf die Nederland verkende heeft zich ook laten zien langs wegen, op weilanden en in dorpen, maar wie een wolf voor zich ziet, ziet hem in een bos; een donker, dreigend bos. Als je door het bos dwaalt met de gedachte in je achterhoofd dat je een wolf tegen zou kunnen komen, wordt het bos heel anders dan zonder die gedachte. Ik fotografeer in bossen in heel Nederland, waarbij ik het bos zie en vastleg als een soort theater waarin de wolf elk moment verwacht wordt op te komen. Mijn eigen aanwezigheid - mijn zoektocht, mijn kwetsbaarheid -  is soms ook in de foto’s terug te vinden. 

De cameravallen

Behalve door mij worden er ook door cameravallen foto’s gemaakt in de hoop op de wolf. Op plekken waar de wolf wel eens ons land binnen zou kunnen komen, in het bos nabij de grens van Duitsland, zijn cameravallen geplaatst. Deze camera’s hangen daar speciaal om de wolf in Nederland vast te leggen. Ze maken een foto van alles wat beweegt. De grote hoeveelheden foto’s worden doorzocht in de hoop op een foto van een wolf. Ik gebruik dit beeldmateriaal in mijn project, met dank aan Stichting Wolven in Nederland. 

Als je een wolf tegenkomt

Sinds ik een paar jaar geleden in Transsylvanië ben geweest voor een andere residentie verzamel ik adviezen over wat je zou moeten doen als je een wolf tegenkomt. Het fascineert me dat de adviezen elkaar zo sterk tegenspreken. Ze variëren van ‘Prijs jezelf gelukkig!’ (Stichting Wolven in Nederland) tot ‘Loop langzaam achteruit’ (De Volkskrant) tot ‘Kruip in elkaar in een foetushouding’ (WikiHow: How to survive a wolf attack) of ‘Biedt hem je nek’ (via via advies in Roemenië). De adviezen laten zien hoe uiteenlopend mensen tegen de wolf aankijken, hoe de één er doodsbang voor is terwijl de ander het dier dolgraag zou tegenkomen. Tegelijkertijd wordt je door de adviezen geconfronteerd met de vraag: wat zou jij doen? Daarom spelen ook deze adviezen een rol in mijn project.

Elk deel van het project vraagt nog om verdere uitwerking en aanvulling, en de grote puzzel is vooral ook hoe de verschillende delen samen zullen gaan komen. Hard werken dus nog. Ik zal het project presenteren in het Pompgemaal van 24 t/m 27 september. (Je bent alvast van harte uitgenodigd!) Deze herfst zal het project bovendien gepubliceerd worden in Vrij Nederland. Spannend!


Blogs about my Dutch residency will be in Dutch. Here, my dear English-speakers, you can find a short summary of why I'm here.